Het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren biedt onafhankelijke en betrouwbare informatie over het houden van huisdieren.  Versie: februari 2021 Kijk voor de meest recente informatie op www.licg.nl  
© LICG
Praktisch | Winter en kou   
www.licg.nl  
Zorg voor voldoende waterplanten in de vijver die ook in de winter groen blijven, zoals penningkruid, klein sterrenkroos en bronmos. Deze bieden niet alleen een beschutte rustplaats, maar produceren ook zuurstof. Als de vijver deels bevroren is en er sneeuw op het ijs ligt, moet dit verwijderd worden. De vijverplanten hebben namelijk daglicht nodig om zuurstof te produceren.  Verwijder bij de herfstschoonmaak alle afgevallen boombladeren. Bladafval kan namelijk zorgen voor verzuring van het water.   Houd altijd een deel van de vijver open. In de dierenspeciaalzaak kunt u een ijsvrijhouder kopen zodat uw vijver niet helemaal bevriest. De meeste inheemse vissoorten liggen in de winter met de buik op de bodem tussen planten, stenen en wortels. Bij een watertemperatuur lager dan 5°C nemen ze helemaal geen voedsel meer op en daalt hun hartslag tot slechts enkele slagen per minuut. In het algemeen moet u bij een watertemperatuur lager dan 10°C (vanaf ongeveer september) geen voer meer geven, omdat dan de spijsvertering zo traag is dat het voer indikt (‘versteent’) en de vis het niet overleeft. In april of mei wanneer de watertemperatuur weer gestegen is tot 10°C of meer, kan weer gestart worden met voeren.
Zieke dieren Een dier dat ziek is, kan zijn lichaamstemperatuur meestal niet goed op peil houden. U kunt een ziek dier daarom niet buiten in strenge kou laten staan. Zet zieke hobbydieren op stal en haal een ziek konijn of zieke cavia naar binnen. Zet het dier pas weer buiten als het volledig hersteld is. Pas daarbij wel op: als het herstel lang heeft geduurd, is het dier niet meer gewend aan de kou en is soms zijn wintervacht kwijt. In dat geval zult u moeten wachten tot het voorjaar voor u het dier terug kunt zetten naar buiten.
Pas op met antivries! Vergiftigingen door antivries (ethyleenglycol)komen regelmatig voor. Alle dieren zijn gevoelig voor ethyleenglycol vergiftiging, maar honden en katten zijn het vaakst slachtoffer. Antivries heeft een voor honden onweerstaanbare zoete geur en smaak. Katten kunnen antivries opnemen wanneer ze door gemorst antivries heenlopen en vervolgens de poten gaan schoonlikken. Antivries is al in hele kleine doseringen giftig. Verschijnselen, zoals braken, veel drinken, veel plassen, sloom en een dronkemansgang, treden bijna onmiddellijk na opname op. Omdat er bij een antivriesvergiftiging geen tijd te verliezen is, moet u direct contact opnemen met uw dierenarts. 
Vorige pagina Vorige pagina startpagina startpagina