5
Praktisch | Winter en kou
www.licg.nl
schuilstal, die vrij toegankelijk is. De toegang tot die stal mag niet op het noorden zijn gericht. In
die schuilstal moet een dikke laag droog stro liggen en er moet in de weide te allen tijde drinkwater
aanwezig zijn (verwarmde watertoevoer of meerdere keren per dag vervangen).
Daarnaast groeit het gras in de winter niet of nauwelijks en moet er dus bijgevoerd worden met
kwalitatief hoogwaardig voer. Bied hooi liever niet aan op de grond maar in een ruif. Als hooi van
de grond moet worden gegeten kan bij kale weilanden tegelijkertijd veel zand worden opgenomen
wat kan leiden tot zandkoliek.
Vogels
Voor volièrevogels zijn vocht en tocht de grootste vijanden. Om ze
daartegen te beschermen kunt u een deel van het gaas afdekken
met plastic. In de winter verbruiken de vogels meer energie om
zich warm te houden; geef daarom extra krachtvoer.
Kippen en ander pluimvee voelen zich prima in de winter, maar als
het erg koud is moeten ze wel kunnen schuilen in een droog en
tochtvrij hok. Het hok moet voldoende groot zijn en er moeten
voldoende nestplaatsen aanwezig zijn voor alle dieren. Bij kippen
bestaat er wel een risico op bevriezing van kam en lellen. Om dit te
voorkomen kunt u bij vorst de kam en lellen preventief insmeren
met vaseline.
Reptielen
Sommige reptielensoorten houden een soort winterslaap. De winterslaap bij reptielen is geen echte
winterslaap en moet eigenlijk winterrust worden genoemd. Reptielen verbruiken tijdens de
winterrust namelijk geen vetreserves, maar verlagen hun stofwisseling en sparen zo energie. Ze
slapen ook niet echt, maar zijn wel erg traag. Voor sommige soorten maakt de winterrust deel uit
van een natuurlijk leefpatroon, voor andere is het zeer belangrijk voor de kweek. Dit is erg
afhankelijk van de soort en ook de omstandigheden waarin de winterrust moet plaatsvinden,
verschilt per soort. Als u vragen heeft over de noodzaak van winterrust of de omstandigheden
waaronder deze dient plaats te vinden voor uw reptiel, raadpleeg dan een reptielenspecialist.
Vijvervissen
De meeste vijvervissen kunnen in een vijver met voldoende planten en een diepte van minstens 80
cm overwinteren. Bij minder diepe vijvers kan de vijver tot op de bodem dichtvriezen. Bij
goudvissen moet u extra opletten. Volwassen exemplaren kunnen in voldoende diepe tuinvijvers de
winter doorbrengen mits de watertemperatuur niet daalt beneden 6°C. Jonge goudvissen hebben
nog te weinig vetreserves en moeten binnenshuis overwinteren bij een temperatuur van ongeveer
20°C en moeten wel gevoerd worden. Vissoorten die uit de goudvis zijn gekweekt, zoals
sluierstaarten, telescoopogen en leeuwenkoppen, moeten tijdens de winter ook naar binnen. Vanaf
half april kunnen goudvissen weer de vijver in.