Huisdierenbijsluiter | Hond          
www.licg.nl
6  
alleen positieve ervaringen opdoet en niet schrikt. Als u geen kinderen hebt is het belangrijk kinderen buiten op te zoeken of kinderen thuis uit te nodigen om met de pup te spelen. Neem de pup ook mee in bus, trein of auto en laat het dier spelen met andere, sociale honden. Geef tussendoor ook voldoende rust. Het is belangrijk dat u geruime tijd doorgaat met socialiseren, zeker tot een leeftijd van een half jaar maar liefst nog langer. Opvoeding Met elke hond is het verstandig om op cursus te gaan. Voor pups is dat in de eerste plaats een puppycursus en daarna vervolgcursussen, zoals een cursus Elementaire Gehoorzaamheid. Voor volwassen honden zijn er beginnerscursussen en cursussen op gevorderd niveau. U leert op een cursus hoe u het beste met uw hond om kunt gaan. Elke hond is een individu: ook al heeft u eerder honden gehad, wat bij de ene hond goed werkt, is bij de andere hond geen succes. Ook leert de hond er, naast de verschillende oefeningen zelf, om op u te letten terwijl er andere mensen en honden in de buurt zijn. Bovendien zijn er steeds nieuwe ontwikkelingen op het gebied van opvoeding en training, dus op een goede cursus leert u altijd bij. Voor een pup is een cursus, behalve voor het aanleren van essentiële oefeningen, ook een plek om kennis te maken met andere honden en onder begeleiding met hen te spelen. Dat is goed voor zijn socialisatie. Wees kritisch bij het uitkiezen van een hondenschool: kijk bijvoorbeeld of de gebruikte methoden u aanstaan en of men op een positieve manier traint.  Thuis moet u ervoor zorgen dat het voor de hond duidelijk is wat de regels zijn. Dat betekent dat iedereen in het gezin weet wat de hond wel en niet mag, en hier consequent in is. Heeft u een pup, dan is het verstandig hem geen dingen toe te staan die u later, als hij een volwassen hond is, ook niet van hem wenst, zoals bijvoorbeeld om op stoelen en banken te klimmen of tegen u op te springen.  Om te zorgen dat uw hond naar u luistert, weet waar hij aan toe is en geen probleemgedrag ontwikkelt, is het belangrijk dat u duidelijk leiding geeft. Dat geldt zowel voor kleine als voor grote honden! Uw taak als leider is als die van een ouder. Wees rustig maar beslist, stel grenzen en zorg ervoor dat de hond niet steeds bepaalt wat er gebeurt. Voorkom dat uw hond dingen doet die u niet wilt door vooruit te denken. Bescherm uw hond bovendien tegen eventuele bedreigingen van buiten en steun hem indien nodig op een kalme manier. Leer de lichaamstaal van uw hond lezen, zodat u zijn stemming kunt zien en zijn signalen begrijpt. Als groepsdier zal vrijwel elke hond graag samen met u activiteiten ondernemen. Toch moet u uw hond ook als pup al leren dat u regelmatig even weg bent. Honden die als pup stapsgewijs geleerd hebben alleen te zijn, hebben hier op latere leeftijd minder problemen mee. Ziekten en aandoeningen Honden kunnen, net als andere dieren, last hebben van erfelijke aandoeningen. Veel erfelijke ziekten zijn rasgebonden: ze komen vooral voor bij een specifiek ras. Er zijn ook aangeboren afwijkingen die bij diverse hondenrassen voorkomen. Sommige erfelijke afwijkingen zijn per ongeluk binnen één of meerdere rassen verspreid. Andere erfelijke afwijkingen hangen samen met het uiterlijk waar de hond op gefokt is, en zijn dus bewust in het ras gefokt.  Een bekende aandoening die bij meerdere rassen voorkomt, is heupdysplasie. Deze misvorming van de heup is deels erfelijk en wordt deels bepaald door zaken als voeding en belasting. Naarmate de hond ouder wordt komen er steeds meer pijnklachten. Heupdysplasie is niet te genezen, de pijn kan door behandeling wel verminderen. 
Volgende pagina Volgende pagina Vorige pagina Vorige pagina